Acceptatievoorwaarden en downloads

Baggerdepot Hollandsch Diep (HD)

Herkomstgebied

  • Baggerspecie uit rijkswater uit heel Nederland wordt geaccepteerd.
  • Baggerspecie uit de regionale wateren van Noord-Brabant en Zuid-Holland (uitgezonderd het Rotterdamse havengebied) wordt geaccepteerd. Dit herkomstcriterium komt in de (nabije) toekomst te vervallen. Neem in geval van twijfel contact op met het depot.
  • Zoute baggerspecie mag worden gestort in het baggerdepot HD.
  • Baggerspecie uit het buitenland mag niet worden gestort.

Chemisch fysische eisen

  • Baggerspecie klasse NT (T3 toetsing toepassen in zoet oppervlakte water / ontvangende waterbodem) incl. asbesthoudende baggerspecie wordt geaccepteerd.
  • Baggerspecie klasse B kan slechts worden geaccepteerd indien door de betreffende waterkwaliteitsbeheerder een schriftelijke verklaring is opgesteld met een motivatie waarom er binnen het beheersgebied geen mogelijkheden bestaan voor nuttige toepassing volgens het Besluit bodem kwaliteit van de betreffende partij.
  • Baggerspecie klasse A wordt niet geaccepteerd tenzij schriftelijk aangetoond wordt dat voor betreffende partij geen hergebruik of nuttige toepassing mogelijk is. Dit geldt o.a. voor PFAS-houdende baggerspecie met gehaltes hoger dan 0,8 µg/kg ds aan PFAS en hoger dan 3,7 µg/kg ds aan PFOS.
  • In de baggerspecie mogen geen fysische verontreinigingen en/of grofvuil voorkomen.
  • Partijen baggerspecie, waarvan bekend is dat deze mogelijk NGE bevat, worden niet geaccepteerd.

Eisen rapportage/data

  • Indien het tijdverschil tussen de bemonstering en het storten van een partij baggerspecie afkomstig uit onderhoudsbaggerwerk meer dan 3 jaar) of bij saneringsbaggerwerk meer dan 5 jaar bedraagt, moet een actualisatie-/verificatieonderzoek van de te verwijderen waterbodemlaag worden aangeleverd.
  • Het waterbodemonderzoek dient overeenkomstig de Nederlandse Norm voor Verkennend Waterbodemonderzoek NEN5720 (december 2017) te zijn uitgevoerd en als zodanig te zijn gerapporteerd. In deze rapportage dient eveneens het vooronderzoek overeenkomstig de NEN5717 te zijn opgenomen. De keuze van de juiste onderzoeksstrategie en analysepakket (C1, C2, TBT, PFAS, GenX, asbest en/of andere zeer zorgwekkende stof (ZZS)) moet op basis van het vooronderzoek goed worden gemotiveerd.
  • Er moet worden aangetoond of de te verwerken baggerspecie vrij is van niet gesprongen conventionele explosieven (CE).
  • Indien er sprake is van baggerspecie klasse NT dient een werkplan of V&G-plan met vaststelling van verontreinigingsklassen conform de publicatie werken in en met verontreinigde bodem (CROW publicatie 400) te worden overlegd.

Verder wordt verwezen naar het acceptatieprotocol welke is te vinden als download onderaan deze pagina.


Baggerdepot Put Cromstrijen (PC)

Voor de acceptatiecriteria van Put Cromstrijen wordt verwezen naar het acceptatieprotocol van Put Cromstrijen (PC) welke is te vinden als download op deze pagina. Er zijn bovengrenzen/ maximale concentraties als acceptatiegrens van toepassing e.e.a. overeenkomstig 4e Nota Waterhuishouding (NW4). Belangrijk is dat er bij een bergingsverzoek voor PC i-Bever-toetsingen worden aangeleverd waaruit blijkt dat de bagger mag worden geaccepteerd in PC. PFAS-houdende bagger mag vooralsnog niet worden gestort in de Put Cromstrijen. Er gelden verder dezelfde eisen aan rapportages en data zoals genoemd bij de acceptatiecriteria van het baggerdepot HD.


Downloads

Voor een uitgebreide beschrijving van de acceptatiecriteria wordt verwezen naar de bijgevoegde acceptatieprotocollen welke hieronder zijn te downloaden. Deze documenten zijn leidend.